
Klimaatneutrale woonwijk
Wonen tussen de bomen in Leuven
Masterplan
Stad Leuven
Leuven
Dirk Harden, Jorryt Braaksma
BRUT (stedenbouwkundigen), DUSS (adviseur duurzaamheid en energie) en MINT (mobiliteitsdeskundigen)
2019-2021
Langs de Tervuursesteenweg in het Leuvense gehucht Terbank ligt een driehoekig stuk landbouwgrond. Al generaties lang wordt er suikerbiet, graan en aardappelen verbouwd – het is vruchtbare grond, en precies daarom kwetsbaar. Stad Leuven besliste om het gebied van negen hectare te ontwikkelen tot een woonwijk voor 400 à 450 woningen – inclusief compacte sociale huisvesting en verblijfsruimte voor KU Leuven-onderzoekers.
Een nieuwe woonwijk op onbebouwde grond is zelden een goed idee. Tenzij de manier waarop je bouwt het antwoord is op de vraag waarom je niet zou mogen bouwen.
De ontwerpvraag voor dit masterplan: hoe ontwikkel je een onbebouwd stuk landbouwgrond tot een woonwijk, en voeg je tegelijk meer ecologische waarde terug dan er vandaag al aanwezig is? Het antwoord: bos.
Meer dan vijf hectare nieuw bos, waar alles omheen wordt georganiseerd – het geeft de wijk zijn identiteit, regelt het water, capteert CO₂ en legt een ecologische verbinding tussen de versnipperde bosgebieden ten noorden en ten zuiden van het projectgebied. Nieuwe gebouwen voegen zich naar het bos, in plaats van omgekeerd.

Masterplankaart
Thema
De aanplant van nieuw bos is meer dan een landschappelijke keuze. Door de bodem eerst te verschralen en vervolgens slim het terrein te profileren, wordt een proces in gang gezet waarbij de grond zich herstelt van binnenuit. Inheemse soorten als eik en beuk nemen het gebied langzaam over – de bodem volgt vanzelf. Op die manier sluit het nieuwe bos aan op de ecologische structuur van de Brabantse Wouden, en wordt het projectgebied een schakel in een groencorridor die voordien ontbrak.

Het masterplan onderscheidt vijf bostypes, elk met hun eigen functie en relatie tot de bebouwing.
Centraal in het gebied en ruim drie hectare groot ligt het meest natuurlijke bos – met een maximale breedte en een aaneengesloten begroeiing van eik en beuk. Langs de Groeneweg – het laagste punt van het terrein – vormt een natte boszone met aangepaste vegetatie een groene buffer tussen de nieuwe en de bestaande woningen in de omliggende straten. Op twee plaatsen wordt een voedselbos aangelegd: een buffer die vruchten en noten produceert voor de buurt en door omwonenden beheerd kan worden. De woonhofbossen en collectieve bostuinen situeren zich tussen en langs de gebouwen – half park, half bos, met een meer privaat karakter. En op het meest publieke punt van de wijk, aansluitend bij de vijver, ligt het speelbos: bomen, heesters en speelelementen uit natuurlijke materialen – een plek die buurtbewoners van ver en dichtbij uitnodigt.
Elke bostypologie volgt haar eigen fasering. Eerst wordt de bodem verschraald. Dan wordt slim genivelleerd: het hellend terrein wordt in terrassen aangelegd. Daarna worden het centrale bos en het speelbos als eerste aangeplant, gevolgd door de voedselbossen en ten slotte de woonhofbossen en collectieve tuinen. De wijk groeit met de bomen mee.

DOORSNEDE: OPBOUW WOONHOFBOS (LINKS) EN VOEDSELBOS (RECHTS)

DOORSNEDE: OPBOUW WADI IN BOS
Het masterplan werkt met veertien krachtlijnen die het ontwerp op elk schaalniveau sturen – van de grote bosstructuur tot de breedte van een woonhof. Twee bouwvelden, elk aan een andere zijde van het centrale bos, herbergen 400 à 450 woningen in gebouwen van drie tot zes bouwlagen rond collectieve woonhoven. De bouwvolumes verspringen, draaien en worden onderbroken – zodat ze opgaan in de bossfeer.
De ontsluiting volgt dezelfde logica. Aan de Sint-Jansbergsesteenweg leiden twee inritten naar halfondergrondse parkeerplaatsen. Verder in de wijk is de auto te gast. Een nieuwe fietsverbinding doorsnijdt de site dwars door het centrale bos en sluit aan op het regionale fietsnetwerk richting Leuven.
De nieuwe fietsverbinding doorsnijdt de wijk en sluit aan op het regionale netwerk. Met één ingreep is zo een ontbrekende schakel richting Leuven gedicht.
Op het kruispunt van de belangrijkste fietsverbindingen ligt een centraal ontmoetingspunt waar bestaande en nieuwe bewoners elkaar kunnen treffen – tussen speelbos, vijver en buurtfuncties.
Thema
De voedselbossen liggen op de randen van de wijk – daar waar de nieuwe woningen grenzen aan de bestaande bebouwing in de omliggende straten. Ze produceren vruchten en noten die door omwonenden geoogst en verwerkt kunnen worden. Een bosrand die je samen onderhoudt, wordt vanzelf een ontmoetingsplek.

Klimaatneutraliteit is geen label dat achteraf op het masterplan wordt geplakt. In de klimaatneutrale woonwijk Leuven is het een ontwerpvoorwaarde die op drie sporen tegelijk wordt nagestreefd.
Het eerste is energieverbruik. Dikke isolatiepakketten en zuinige installaties drukken de energievraag van de nieuwe bebouwing. Fossiele brandstoffen worden geweerd, geothermische warmtepompen zorgen voor verwarming en koeling, lucht-water-warmtepompen voor warm water. Elk dakoppervlak draagt zonnepanelen.
Het tweede spoor is de constructie. Door houtbouw te verkiezen boven betonbouw daalt de CO₂-uitstoot tijdens de bouwfase met ongeveer de helft – terwijl de levensduurkosten vergelijkbaar blijven.
Het derde spoor is captatie. Het nieuwe bos absorbeert CO₂ en compenseert wat de wijk uitstoot. Daarmee sluit de kringloop.
Water krijgt eenzelfde holistische behandeling. Het hellende terrein wordt in terrassen aangelegd, zodat regenwater vertraagt en ter plekke infiltreert via wadi's en infiltratieputten. Huishoudelijk afvalwater wordt maximaal gerecupereerd. De aanvoer van stadswater blijft minimaal. Hemelwaterneutraal is geen ambitie voor later – het zit ingebakken in de topografie van de wijk.
Het masterplan voor de Klimaatneutrale woonwijk werd in 2020 afgerond en vormt de basis voor de verdere uitwerking van concrete bouwplannen. Die werden in 2025 door het team B-architecten, VELD en DELVA landscape architects verder uitgewerkt naar een concreet ontwerp ten dienste van de aanvraag van een bouwvergunning.













