Landbouw is de grootste ruimtegebruiker van ons landschap – en tegelijk de sector die dat landschap het meest heeft veranderd. Na de Tweede Wereldoorlog koos Europa voor schaalvergroting: ruilverkavelingen, drainage, kunstmest werd ingezet om de arme zandgronden, veelal heidegebieden, geschikt te maken voor melkveehouderij. Beken werden rechtgetrokken, valleien gedraineerd, tienduizenden kilometers aan wandelpaden verdwenen. Het resultaat is een landschap dat veel produceert– maar met grote druk op de waterkwaliteit, bodemdegradatie en een sterk teruggelopen biodiversiteit.

De transitie naar een duurzamer voedsellandschap biedt kansen om voedselproductie opnieuw te verbinden met bodem, water, natuur en recreatie. We zoeken naar circulaire en natuurinclusieve landbouwsystemen waarin voedselproductie niet losstaat van andere landschappelijke opgaven, maar er juist onderdeel van wordt.
In de praktijk krijgt die benadering uiteenlopende vormen. In de Kempen onderzochten we een eigentijds circulair landbouwsysteem, geïnspireerd op de middeleeuwse schapencultuur. Strokenteelt en infiltratiegreppels op de flanken worden gecombineerd met paludicultuur en hooiweiden in de valleien, en extensieve begrazing en boslandbouw op de zandruggen (De Kempense bron).


Op Schiermonnikoog laat het begrazingsbeheer van het Nationaal Park zien hoe voedselproductie in een bestaand systeem kan worden geweven: dubbeldoelkoeien beheren het natuurgebied en leveren vlees en melk – terwijl langs de Waddenrand zilte teelten, zeewieren en schelpdieren eiwitten produceren (De zoetswaterbel van Schiermonnikoog).



In Wijnegem beheert een biologische stadslandbouwboerderij het groenraamwerk van een sociale woonwijk – voedsel als inrichter van de publieke ruimte (Duurzame wijk de Wervehoef).

In de Veenkoloniën van Drenthe wordt een door veenoxidatie en winderosie aangetast dalgrondlandschap opnieuw vernat. Moerasbos, rietvelden en lisdoddeteelt leveren er onder meer elzenfineer, isolatie- en bouwmateriaal op, en bieden tegelijk habitat voor kwetsbare soorten (Next civilisation).

Ook op stedelijke schaal kunnen productieve landschappen structurerend zijn: in Leuven produceren voedselbossen in de rand van een nieuwe stadswijk vruchten en noten, en creëert gedeeld beheer automatisch een ontmoetingsplek voor de buurt (Klimaatneutrale woonwijk).
