Kustbescherming begint met geduld en schaaldenken, en met de bereidheid om het landschap zelf mee te laten ontwerpen.
Een meegroeiend kustlandschap vraagt niet om minder bescherming – het vraagt om een andere soort bescherming: een waarbij dynamische landschapsvormende processen met zand en slib weer mogen deelnemen, in plaats van buiten spel te worden gezet. We onderzoeken hoe we van een kustverdedigingslijn – lees: de dijk – kunnen evolueren naar integrale kustverdedigingslandschappen. Zo slaan kwelders en schorren sediment op en kunnen ze per hectare koolstof sneller vastleggen dan bossen. Gecontroleerde opslibbing maakt laaggelegen polders weerbaarder en vergroot de productiviteit van landbouwgronden. Hergebruik van havenslib sluit een kringloop die nu verloren gaat. Tijdelijke natuur wint terrein op gedegradeerde gronden.


Met de stijgende zeespiegel wordt deze manier van denken in de Lage Landen steeds relevanter. De Nederlandse en Vlaamse kust is van oudsher intensief verdedigd – en daarmee sterk gefixeerd. Eeuwen van dijkenbouw hebben de kustlijn op slot gezet: sediment bereikt de polders niet meer, terwijl de bodem zakt door oxidatie van veen en inklinkende klei. Verzilting, verdroging, vernatting en bodemdaling zijn de zichtbare gevolgen van een landschap dat van zijn eigen dynamiek is afgesneden.


Dat vraagt om ontwerpingrepen op meerdere schaalniveaus tegelijk: van de polder die sediment ontvangt tot de kuststrook die beweegt met de zee. Een opslibbingsstrategie voor laaggelegen Waddenpolders in de Eems-Dollard (Rijzend Land). Ontwerpend onderzoek naar het nuttig hergebruik van havenslib uit Harlingen en Delfzijl om landbouwgronden op te hogen en kustprocessen te versterken (Slib het grijze goud!). Een integraal adaptatieperspectief voor een eiland dat zijn eigen grenzen bewust laat meebewegen met de zee (Sponsland Schiermonnikoog).

