
De zoetswaterbel van Schiermonnikoog
SPONSLAND
Visie expositie: Act & Adapt, Sponsland: a journey into Future Landscapes, Climate Week Groningen
Gemeente Groningen
Schiermonnikoog
Jorryt Braaksma, Dirk Harden, Lenja Schöder, Maruša Šubic
2021
LAMA werkte binnen de manifestatie de casestudie voor Schiermonnikoog uit. De centrale vraag: kan een eiland klimaatadaptief én zelfvoorzienend worden? Het ontwerpend onderzoek vertrekt vanuit langetermijntendensen en ontwikkelt een toekomstperspectief voor 2120, waarin natuurlijke processen, waterbeheer, voedselproductie en energievoorziening weer met elkaar verbonden raken.

PLANKAART SCHIERMONNIKOOG 2120
Een sponslandschap waarin kustverdediging, waterbeheer, voedselproductie en natuurontwikkeling met elkaar verbonden zijn
Schiermonnikoog is een zoet eiland in een zoute zee: één dorp, één polder, één eendenkooi, twee vuurtorens. Onder de duinen ligt een zoetwaterbel die het eiland voorziet van drinkwater, landbouwwater en water voor natuur. Vandaag staat die balans onder druk door zeespiegelstijging, drogere zomers en een landschap dat vooral is ingericht op afwatering. Tegelijk maakt de identiteit van het eiland zelf – al sinds de monniken de eerste dijkjes opwierpen – onlosmakelijk deel uit van wat hier wordt beschermd.
Vanuit die kwetsbaarheid wordt onderzocht hoe het eiland kan meegroeien met de stijgende zee, terwijl de zoetwaterbel onder de duinen op peil blijft. Daaraan wordt een tweede ambitie gekoppeld: kan Schiermonnikoog ook zelfvoorzienend worden in water, voedsel en energie? Het onderzoek vertrekt daarbij vanuit wat het eiland zelf al biedt — de gradiënten van bodem, water en zout, en de zon en wind boven het landschap. Zo verschuift klimaatadaptatie van een technische opgave naar een vraag over eigenheid: hoe behoudt en versterkt het eiland zijn identiteit terwijl het zichzelf opnieuw uitvindt?
Het landschap van Schiermonnikoog is steeds sterker ingericht op afwatering en op het beheersen van natuurlijke dynamiek. De duinen zijn gefixeerd geraakt door verruiging en verbossing, waardoor ze nog nauwelijks aangroeien met stuifzand. In de polder voeren sloten en greppels het water zo snel mogelijk af richting zee. Gezuiverd afvalwater uit de rioolwaterzuivering wordt rechtstreeks geloosd op de Waddenzee. In combinatie met klimaatverandering versterken deze ingrepen de verdroging en verzilting van het eiland.
Door zeespiegelstijging neemt de druk op de zoetwaterbel toe. Zout water duwt het zoete grondwater omhoog, waardoor de polder natter en zilter wordt. Om landbouwgronden bruikbaar te houden wordt extra gedraineerd – waardoor de zoetwaterbel via de polder net sneller leegtrekt. Tegelijk nemen droge zomers toe; tegen 2120 wordt tot 27% minder zomerneerslag verwacht. Een landschap dat gericht is op afwatering versnelt zo stap voor stap zijn eigen verdroging.
Thema
Sponsland onderzoekt hoe die logica kan kantelen. Wind, zand en slib krijgen weer ruimte als materiaal van het landschap zelf. Zo ontstaat een kustlandschap dat meebeweegt met de zee; een grens die meegroeit in plaats van haar buitenhoudt.

Wind, zand en slib brengen voortdurend nieuw sediment aan en laten het eiland meegroeien met de zee.
Een eiland is geen afgesloten systeem, maar een landschap in voortdurende uitwisseling met zee, wind en sediment.
In het toekomstbeeld voor 2120 staat sponswerking centraal. Niet sneller afvoeren, maar water vasthouden, infiltreren en hergebruiken wordt het uitgangspunt. Door duinen weer mee te laten groeien met de zeespiegel, slib in te vangen langs de Waddenrand en kringlopen te sluiten met gezuiverd afvalwater, ontstaat één integraal systeem waarin kustverdediging, waterbeheer, voedselproductie en natuurontwikkeling elkaar versterken. Schiermonnikoog wordt zo letterlijk een sponsland.
Thema
Voor Schiermonnikoog onderzoeken we hoe voedselproductie kan worden verweven met natuurbeheer en met de gradiënten van het eiland zelf. Het beheerplan van het Nationaal Park schrijft extensieve begrazing voor. Door dat begrazingsbeheer uit te voeren met dubbeldoelkoeien zoals lakenvelders – die zowel goed vlees als melk geven – kan tot 63% van de vleesbehoefte op het eiland uit het bestaande natuurbeheer komen. Langs de Waddenrand maakt aquacultuur ruimte voor schelpdieren, zeewieren en zilte teelten zoals lamsoor en zeekraal. Zo wordt voedselproductie weer onderdeel van het landschap dat het draagt.

Aquacultuur, natuurbeheer en extensieve landbouw vormen samen een nieuw productief eilandlandschap.
De afgekeurde waddendijk op Schiermonnikoog moet versterkt worden. In plaats van één hogere lijn ontwerpen we een breed kustverdedigingslandschap. Een nieuwe primaire kering komt landinwaarts te liggen, de oude dijk wordt verlaagd en overstromingsbestendig gemaakt. Tussen beide ontstaat een gradueel landschap, van zoet naar zout en van zanderig naar slibrijk, onderverdeeld in omdamde vakken.
In die vakken groeien aquacultuur, schaal- en schelpdieren, zeewieren en zilte teelten – een productief landschap dat tegelijk een overgang vormt naar duurzamere eiwitbronnen. Delen van de zone worden ingezet voor kleiwinning, voor dijkenbouw, voor het ophogen van landbouwgronden of voor het bouwen met klei. Buiten de oude dijk ontwikkelt zich een breed kwelderareaal als natuurlijke vooroever en klimaatbuffer. Kwelders leggen per hectare ongeveer acht keer zoveel CO₂ vast als bos. Wat begon als een waterkering verandert zo in een levend kustlandschap dat tegelijkertijd beschermt, voedt en koolstof bindt.
Vandaag loost de rioolwaterzuivering van Schiermonnikoog gezuiverd zoet water rechtstreeks op de Waddenzee. In drukke zomers gaat het om zo'n 700 m³ per dag – een waardevolle bron die verloren gaat in een landschap waar droogte en watertekorten juist toenemen.
In het toekomstbeeld voor 2120 krijgt dat effluent een nieuwe rol. Via een waterharmonica – een natuurlijke nazuivering met watervlooienvijvers en moerasfilters – wordt het water opnieuw bruikbaar gemaakt en ingezet in een productieve dorpsrand van 33 hectare. Daar staat in de zomer dagelijks twintig tot vijftig millimeter water per vierkante meter extra ter beschikking, precies wanneer de gewassen het hard nodig hebben. Op met waddenklei verrijkte velden groeien groenten, fruit, granen en peulvruchten; aan de zuidwestzijde combineert agroforestry de teelt van bomen met landbouwgewassen, en vormt tegelijk een windscherm voor het dorp.
Het afvalwater dat vandaag verdwijnt in zee, vormt morgen de grondstof voor een nieuw landschap.
De dorpsrand koppelt waterzuivering, voedselproductie en openbare ruimte aan elkaar. Het laatste overtollige zoetwater stroomt vertraagd langs de Waddenrand en draagt onderweg bij aan slibinvang en opslibbing. Afvalwater wordt zo een grondstof voor het eiland zelf.
Het ontwerpend onderzoek voor Schiermonnikoog maakte deel uit van Sponsland: a journey into future landscapes, een ontwerpmanifestatie en expositie in het centrum van Groningen. Aan de hand van maquettes, kaarten, visualisaties en publicaties verbeeldden ontwerpers hoe Nederlandse landschappen zich kunnen aanpassen aan droogte, zeespiegelstijging en klimaatverandering.
Schiermonnikoog werd daarmee meer dan een technische klimaatopgave. Het eiland werd het beeld van hoe water, bodem, voedsel, kustverdediging en energie opnieuw onderdeel kunnen worden van één samenhangend landschap – en hoe de eigenheid van een plek juist wordt versterkt door haar opnieuw te laten meebewegen met haar oerkrachten.


















