
De Kempense bron
Labo ruimte: Droge delta, Een drinkwaterpark voor Vlaanderen
Ontwerpend onderzoek naar droogte in het deelbekken van de Kleine Nete
Departement Omgeving/ Vlaams Bouwmeester
Het deelbekken van de Kleine Nete
Jorryt Braaksma, Claire Laeremans, Pauline Borremans, Maruša Šubic, Dirk Harden, Friedel Dessoy, Lola Guiguilé
HOGent
2021
Met het ontwerpend onderzoek De Kempense Bron stelt LAMA een logische vraag die zelden wordt gesteld: kunnen de Kempen opnieuw de drinkwaterleverancier voor Vlaanderen worden? Het onderzoek laat zien dat dit mogelijk is – maar het vraagt een fundamentele omkering van de bestaande logica.

ARTIFICIËLE DRAINAGE IN HET DEELBEKKEN VAN DE KLEINE NETE
Het systeem wordt tot in de kleinste haarvaten gedraineerd.

TOEKOMSTBEELD BIJ NIETS DOEN
Voortzetting van de huidige logica leidt tot verdere verdroging van landbouw, natuur en waterreserves.
Het onderzoek draait de huidige logica om. Niet sneller afvoeren, maar vasthouden, infiltreren en vertraagd afvoeren: dat wordt het nieuwe basisprincipe, van de natte valleigebieden langs de Kleine Nete tot de verstedelijkte zandruggen.
Ontharden alleen volstaat niet zolang het landschap blijft draineren.
Ook steden dragen bij aan het probleem, en aan de oplossing. Turnhout ligt op een hogere zandrug – precies de plek waar infiltratie de meeste impact heeft. Straten worden onthard, hemelwater wordt ter plekke opgevangen in wadi's en waterpleinen. De stad verandert van afvoerkanaal in spons.

DE KEMPENSE BRON – EEN DRINKWATERPARK VOOR VLAANDEREN
Herstel van de sponswerking vormt de basis voor een nieuw regionaal watersysteem.
Thema

Water wordt opnieuw de sturende drager van het landschap. Niet als restproduct, maar als vertrekpunt voor landbouw, natuur, verstedelijking en waterwinning.
De grootste winst zit niet in nieuwe infrastructuur, maar in het herstel van een oud vermogen: water opnemen, infiltreren en vertraagd afgeven. Door drainage terug te dringen en infiltratiezones te herstellen, vullen de strategische reserves in de Kempense ondergrond opnieuw aan.
Gezuiverd afvalwater – effluent – dat nu ongebruikt in beken verdwijnt, krijgt een nieuwe bestemming. Het kan zo'n 2500 hectare landbouwgrond van water voorzien, met name in de droogste maanden. Water dat anders verloren ging, sluit zo op regionale schaal de kringloop.
Een verbod op het gebruik van oppervlaktewater in droge periodes ligt voor de hand, maar verschuift de druk naar het grondwater en vergroot zo het probleem dat het wil oplossen.
Het herstel van de waterbalans werkt door in de natuur. Hogere grondwaterstanden laten kwelstromen terugkeren, vennen vullen zich opnieuw en broekbossen en natte graslanden nemen hun plek weer in.
Rond de abdij van Postel toont het onderzoek hoe een historisch irrigatielandschap opnieuw zijn werk kan doen. Langs het Kanaal Dessel-Schoten lagen ooit uitgebreide vloeiweidesystemen waarbij Maaswater via een fijnmazig irrigatiestelsel over de landbouwvelden werd geleid. De meeste wateringen raakten in onbruik toen kunstmest zijn intrede deed. Rond Postel is het systeem nog grotendeels intact.
Met gerichte ingrepen wordt het grachtenstelsel gereactiveerd: landbouwgronden bevloeien in het najaar, rabatbossen laten water infiltreren, en een nieuwe grondwaterwinning treedt enkel in de zomer in werking – wanneer de reserves het toelaten. Als bijproduct herleeft het Postelse bronwater naast het brood en bier waarvoor de abdij al eeuwen bekend is.
Turnhout laat zien hoe de stad een actieve rol kan opnemen in het watersysteem. Op de zandige ondergrond is het infiltratiepotentieel groot, maar vandaag verdwijnt veel water via riolering uit het systeem. Door te ontharden en water lokaal te laten infiltreren via wadi’s, waterpleinen en parken, wordt de stad opnieuw een buffer die bijdraagt aan de aanvulling van grondwater.
Gezuiverd afvalwater vormt een stabiele waterbron, juist in droge periodes wanneer andere bronnen onder druk staan.
Tegelijk wordt het gezuiverde afvalwater uit de stad – het effluent – een nieuwe bron. In plaats van het rechtstreeks af te voeren, wordt het opgevangen en na verdere zuivering ingezet als aanvullende bron voor nabijgelegen landbouwgronden. Zo ontstaat een stabiele waterstroom die in droge periodes voor zekerheid zorgt en de kringloop sluit tussen stad en landschap.

EFFLUENT ALS AANVULLENDE WATERBRON
Gezuiverd afvalwater ondersteunt landbouwgronden in droge periodes en vermindert de druk op grondwater.
In De Kempense Bron verschuift landbouw van waterverbruiker naar beheerder van het watersysteem. De logica van het Kempense landschap – rug, flank en vallei – bepaalt opnieuw welke teelt waar thuishoort.
Op de flanken wisselen stroken met aardappelen, peulvruchten en kolen af met infiltratiegreppels die het afstromende water ter plekke opvangen. In de valleien maken vernatting en paludicultuur – natte teelten zoals riet en lisdodde – opnieuw productie van bouwmaterialen en veevoeder mogelijk. Op de zandruggen begrazen dubbeldoelkoeien – voor melk én vlees – de heiderestanten en open plekken in het landschap. Het hooi uit de vallei en de snijresten van de groenteteelt vormen het wintervoer. Reststromen worden maximaal hergebruikt.
Thema

De Kempense doorsnede – vallei, flank, zandrug – wordt opnieuw leidend voor het landbouwgebruik. Infiltratiegreppels op de flanken, natte teelten en moeraslandbouw in de valleien, bos en extensieve begrazing op de hogere zandkoppen versterken samen de sponswerking van het landschap.
De kracht van het onderzoek De Kempense Bron ligt in het zichtbaar maken van een keuze. Zonder ingrijpen zet de verdroging zich verder door: grondwaterstanden dalen, gewassen verdrogen, kwelafhankelijke natuur verdwijnt, en de druk op externe waterbronnen zoals Maaswater neemt toe.
Met herstel van de sponswerking ontstaat een ander toekomstbeeld: een regio die haar eigen waterbalans beheert, waar voedselproductie en biodiversiteit op dezelfde bodem gedijen, en de strategische reserves opnieuw beschikbaar zijn – voor de Kempen én voor Vlaanderen.
Droogte is geen noodlot. Het is een ontwerpvraag.
De Kempense Bron maakt duidelijk welke omslag nodig is. In vervolgstappen ligt de focus op experiment en toepassing in de praktijk – onder meer in het Ontwerpend onderzoek Netevallei Herentals.

















