
Rijzend land
Opslibbingsstrategie voor laagelegen waddenpolders
De Waddenkust kent een lange geschiedenis van landwinning. Al meer dan duizend jaar worden hoge kwelders bedijkt voor agrarisch gebruik. Kustverdediging in Nederland richtte zich vooral op dijkenbouw en het verkorten van de kustlijn om de risico’s op overstromingen te beperken. Door deze lineaire aanpak ontstond een harde breuk tussen het dynamische kustlandschap en het vasteland. De delta raakte gefixeerd en werd afgesneden van landschapsvormende processen.
Een kustlandschap dat afgesneden is van zijn eigen dynamiek, zal gaan degraderen.


Polders die gedraineerd worden en waar geen sedimentaanvoer vanuit zee meer plaatsvindt, beginnen in te klinken. Hierdoor komen zij steeds dieper te liggen en neemt het verschil tussen land en zee toe. Hoe ouder een polder, hoe dieper deze is gelegen. De oudste polders liggen soms meer dan twee meter onder zeeniveau in de Eems-Dollardregio en de verwachting is dat de zeespiegel de komende eeuwen nog verder zal stijgen. Hierdoor neemt het verschil tussen land en zee in een polder soms met wel 2 cm per jaar toe.

Rijzend Land is een alternatieve kustverdedigingsstrategie waarbij niet wordt uitgegaan van een kustverdedigingslijn, maar van integrale, meegroeiende kustverdedigingslandschappen. Een landschap dat niet verder degradeert, maar regenereert, zichzelf in stand houdt en zelf groeit!
Het grote verschil tussen het zeeniveau en de polder werkt niet alleen verzilting in de hand doordat de kweldruk toeneemt, maar zorgt er ook voor dat belangrijke zoetwaterreserves vanuit bijvoorbeeld het Drents Plateau ondergronds beginnen af te stromen richting de laaggelegen polders. Hierdoor wordt verdroging van de hogere zandgronden in de hand gewerkt. Om verzilting tegen te gaan, worden polders doorgespoeld met zoet water dat grotendeels afkomstig is uit het IJsselmeer. Dat zoete water wordt steeds schaarser. Voor de waterschappen wordt het steeds moeilijker om deze laaggelegen kustpolders droog en zoet te houden.
Om het land in de polders bewerkbaar te houden, wordt het waterpeil kunstmatig op een lager niveau, onder het maaiveld, gehouden, zodat zware machines het land kunnen bewerken. Die drooglegging werkt het inklinken van de kleigronden in de hand en op plaatsen waar veen in de ondergrond aanwezig is, ontstaat veenoxidatie. Hierdoor zakken de polders nog sneller en komt er veel CO₂ vrij.
Dit degradatieproces is typerend voor kustpolders en vaak te herkennen aan het bodemgebruik. Nieuwe polders zijn meestal erg productief en worden gebruikt voor grondgebonden voedselproductie. Oudere polders worden vaak te arm, te zilt of te nat voor grondgebonden teelten en worden meestal door melkveehouders gebruikt.
Eenmaal nog lager gelegen, worden ze incidenteel door schapen begraasd of ingericht als natuurgebied met plas-draszones voor bijvoorbeeld vogels.
De diepteligging van polders heeft ook andere nadelen. Bij een mogelijke dijkdoorbraak zijn de gevolgen van een overstroming veel groter in een diepgelegen polder dan in hoger gelegen polders. De inundatiediepte is groter, waardoor vluchtmogelijkheden beperkter zijn en het meer tijd en middelen kost om een polder weer droog te malen.
Rijzend Land is een strategie waarbij wordt gezocht naar duurzame oplossingen voor verzilting en kustveiligheid. Het is een landschapsstrategie waarbij laaggelegen polders op natuurlijke wijze, onder invloed van de getijdendynamiek, opslibben tot boven de gemiddelde hoogwaterstand, met soms wel een hoogtewinst van vier meter.
Een polder wordt tijdelijk ‘geopend’ om de getijdendynamiek op natuurlijke wijze sediment aan te laten voeren. Tijdens dit proces zullen in een relatief kort tijdsbestek verschillende spectaculaire landschappen elkaar opvolgen: van pioniersfase tot hoge kwelder. Iedere 25 jaar wordt het proces op een andere locatie langs de kust in werking gesteld, bij een te laaggelegen gebied. Hierdoor kan men in één mensenleven alle stadia van de Waddenzee beleven: van wad en geulen tot hoge kwelder.


Als pilot is de oudste en diepstgelegen Dollardpolder uitgewerkt: de polder grenzend aan Blauwe Stad, Beerta, Finsterwolde, Ganzedijk en Drieborg. Een overschot aan slib in het water van het Eems-Dollardestuarium zorgt voor ecologische problemen. Dit slib wordt ingezet om de polder op te hogen. Door langdurig slib aan het estuarium te onttrekken, kan het baggeren in het estuarium worden gereduceerd en zal de ecologische kwaliteit van het estuarium verbeteren.
Rond het op te slibben gebied wordt een nieuwe ringdijk voorzien. De tracébepaling en vormgeving van nieuwe ringdijken en randen geven aanleiding tot het creëren van een sterke ruimtelijke, functionele en cultuurhistorische verankering, door nieuwe zichtassen te benadrukken en recreatieve routes te verknopen.
Het getij wordt door middel van een stormvloedkering gereguleerd. Dat heeft twee voordelen: het opslibben zal sneller verlopen, doordat het getij kan worden vastgehouden voor een langere sedimentatietijd, en de ringdijken kunnen een stuk lager worden gehouden, waardoor het gebied zichtbaarder is. Op plaatsen waar het landschap van nature hoger is gelegen, ontstaan natuurlijke klifkusten, zoals bij Finsterwolde.
Het aanwezige poldersysteem wordt afgeleid naar twee randcompartimenten die tussen de aanwezige bebouwing en het grootschalige opslibbingsgebied worden aangelegd. In deze randcompartimenten kunnen zoet en zout water worden gemengd tot de gewenste saliniteit. In deze zones kunnen eiwitten worden geteeld in de vorm van schelpdieren, wieren en kreeftachtigen.
Tijdens de opslibbingsfase zal het gebied continu van gedaante veranderen. In alle fasen van opslibbing is het gebied interessant voor natuurgerichte recreatie en natuurontwikkeling. Zodra de polder de gewenste hoogte heeft bereikt, kan deze opnieuw worden gebruikt voor voedselproductie of natuurgebied blijven. Door permanente kleiwinning kan eventueel een dynamisch systeem in stand worden gehouden.












