
Bouwmeesterscan
Raamcontract
Vlaams Bouwmeester
Vlaanderen
Claire Laeremans, Jorryt Braaksma, Maruša Šubic, Dirk Harden, Friedel Dessoy
Blauwdruk - Palmbout - TML
2018
In de verschillende Bouwmeester Scans waaraan LAMA meewerkte, vormde telkens een grondige lezing van de gemeente het vertrekpunt. Niet alleen de ruimtelijke structuur, maar ook landschap, bebouwing, mobiliteit, water, voorzieningen, energie en het bestaande beleidskader werden in samenhang bekeken en geanalyseerd. Door deze verschillende lagen met elkaar te confronteren, werd gezocht naar de specifieke kwaliteiten, knelpunten en ontwikkelingskansen van elke gemeente. De analyse mondde telkens uit in een aantal ruimtelijke diagnoses, ambities en een concrete transitieagenda waarbinnen een beperkt aantal strategische ingrepen worden aangereikt waarmee de gemeente haar ruimtelijke ontwikkeling in een meer duurzame richting kan sturen.
Hoewel de gemeenten sterk van elkaar verschillen – van Ronse en Harelbeke tot landelijke gemeenten als Galmaarden, Opwijk en Peer – keren een aantal vaststellingen consequent terug.
Veel gemeenten beschikken over waardevolle landschappen, maar staan tegelijk onder druk van verdere bebouwing, verlinting en versnippering. De Bouwmeester Scan maakt duidelijk dat open ruimte niet langer als restgebied kan worden beschouwd, maar als een structurerend onderdeel van de gemeente. Het vrijwaren, herstellen en versterken van landschappelijke en ecologische structuren – met bijzondere aandacht voor water en bodem – is essentieel voor klimaatadaptatie, biodiversiteit en leefkwaliteit. In Peer bijvoorbeeld ligt de wateropgave aan de basis van een bredere transformatie van landbouw en open ruimte; in Galmaarden is net de fijnmazige verweving van compacte kernen en een waardevol landschap een belangrijke kwaliteit om te behouden.
Daartegenover staat de nood aan een veel zorgvuldiger omgang met de reeds bebouwde ruimte. Verdichting kan een antwoord bieden op de druk op de open ruimte, maar alleen wanneer ze ruimtelijk goed wordt ingezet. De scans zoeken daarom naar strategische plekken waar verdichting kan samengaan met kernversterking, voorzieningen en een betere publieke ruimte. Opwijk kan bijvoorbeeld haar ligging aan spoor en dorpskern benutten om gericht te verdichten, terwijl tegelijk het buitengebied wordt ‘verluwd’. Ook in Zele ligt een belangrijke opgave in het opnieuw in balans brengen van een compacte, stedelijke kern en de kwaliteit van de leefomgeving.
Een derde terugkerend thema is de nood aan nieuwe woonmodellen. De klassieke uitbreiding van woongebieden biedt steeds minder antwoord op demografische, betaalbaarheids- en klimaatvraagstukken. De scans wijzen daarom op de kansen van compactere, betaalbare en meer collectieve woonvormen, gekoppeld aan kwalitatieve publieke ruimte en nabijheid van voorzieningen. Verdichten betekent daarbij niet simpelweg meer bouwen, maar vooral beter omgaan met de ruimte die al in gebruik is.
Mobiliteit vormt daarbij een belangrijke hefboom. Veel gemeenten worden gekenmerkt door een sterke afhankelijkheid van de auto, terwijl spoorlijnen, fietsroutes en openbaar vervoer vaak onvoldoende als structurerende kwaliteiten worden benut. In gemeenten als Opwijk en Harelbeke bieden stations en spoorinfrastructuur kansen voor kernversterking en duurzame verplaatsingen. Tegelijk vormen grote wegen en infrastructuren vaak ruimtelijke barrières. De opgave is daarom niet enkel om mobiliteit efficiënter te organiseren, maar om infrastructuur opnieuw te koppelen aan de ruimtelijke structuur en de verblijfskwaliteit van kernen.
Een laatste constatering is dat ruimtelijke transitie niet alleen een ontwerp- of planningsopgave is, maar ook een bestuurlijke opgave. De gewenste veranderingen vragen keuzes: waar wordt nog gebouwd, waar niet, welke open ruimte krijgt prioriteit, welke publieke investeringen zijn nodig en hoe kunnen private ontwikkelingen bijdragen aan de gewenste ruimtelijke kwaliteit? De scans tonen het belang van publiek ondernemerschap, een toekomstbestendig beleidskader en nieuwe vormen van samenwerking en participatie. Collectieve innovatie ontstaat immers niet vanzelf, maar vraagt actieve regie vanuit het lokale bestuur.
De Bouwmeester Scans tonen daarmee telkens opnieuw dat de grootste ruimtelijke kansen vaak niet liggen in het toevoegen van nieuwe ruimte, maar in het herwaarderen van wat al aanwezig is: bestaande kernen, landschappen, waterstructuren, infrastructuur, erfgoed en voorzieningen. De uitdaging is om deze elementen opnieuw met elkaar te verbinden en ze als één samenhangend ruimtelijk systeem te benaderen. Zo ontstaat een gemeente die niet alleen compacter en duurzamer wordt, maar ook aantrekkelijker, veerkrachtiger en inclusiever.













